Gereformeerd is een (oecumenisch) proces – geen product

Kan de Open brief (nav. ND 170526, Gulliver, p. 6) gezien worden als een voorstadium van het transitieproces waar de kerken wereldwijd in terecht gekomen zijn? De daarin terecht gestelde vraag naar de fundament van de ‘wereldkerk’ werd echter jammerlijk gesteld in hetzelfde (door de schrijvers gelaakte ‘typisch’ vrijgemaakte) dilemma van ‘óf ja… óf nee’ ten aanzien van de drie gereformeerde belijdenissen. En via het denigrerende ‘klein vaderlands gedoe’ inhoudelijk met een ‘nee’ beantwoord. Daarmee was de deur voor een positieve bijdrage voor gereformeerde wereldwijde oecumene dicht gegooid. Wat een een uitgestoken hand had kunnen zijn werd helaas een (jarenlange) haltteken op de weg naar wereldniveau.

Tegelijkertijd constateren we blij dat de genoemde vraag intussen wereldbreed wel degelijk is opgepakt door een breed scale aan kerken die ‘dankbaar gereformeerd’ zijn. In veel werelddelen spelen de drie belijdenissen een belangrijke samenbindende  rol, maar dan wel naast andere belijdenissen, klassiek en modern. Maar mogelijk nog belangrijker dan dan is de erkenning dat gereformeerd geen afgerond product is maar een proces. Een proces van omgaan met de bijbel met het oog op en in het kader van de context waarin die gelezen wordt. En vooral in de gemeenschap van de kerk die getuigend aanwezig wil zijn als aanklacht tegen de afgoden van de tijd en een oase van nieuw leven voor ieder die in de valse beloften van niet-christelijke godsdienst en moderne ideologie is vastgelopen.

Dan is het – om met Roest te spreken in zijn lezing in Apeldoorn (ND 170513, p. 6 en 170518, p. 14)  zonneklaar dat de drie (geliefde) belijdenissen wel volledig bijbels betrouwbaar zijn, maar niet uitputtend bijbels en dat we daarom het lef moeten hebben het evangelie anders te verwoorden. Het evangelie is immers breder, groter, ruimer dan welk geschrift ook maar. De ervaring van het bijbel lezen in niet-klassiek westerse contexten hoeft dan ook niet te leiden tot een (haast jeugdig overmoedig) overboord zetten van de gereformeerde leer als zelfs kwalijke westerse theologie, maar tot een uitbreiding, verdieping, verbreding en intensivering van gereformeerd denken. Dat betekent dan niets minder dan een verder gaande reformatie van de (wereld-)kerk die moet uitlopen op de formulering van nieuwe inzichten en belijdenisachtige consensus.

Zo heeft de door Luther in zijn tijd gestelde vraag naar een rechtvaardig God als antwoord op schuldvraag om te ontkomen aan Gods oordeel het bevrijdende evangelie van ‘alleen door genade’ opgeleverd, ondersteund met een verzoeningsleer in voornamelijk juridische termen: voldoening aan Gods straffende gerechtigheid door het offer van Christus’ kruisdood als blijk van Gods schenkende gerechtigheid, Romeinen 3:21vv.

In contexten van schaamte- of angstculturen zal de schuldvraag niet ontweken moeten worden, maar wordt de ingang, betekenis en impact van het evangelie veel meer gepresenteerd in het kader van eerherstel, hervinden van menselijke identiteit, opgenomen worden in Gods gezin, bevrijding van ongrijpbare en onbeheersbare zichtbare en onzichtbare krachten.

Veel niet-westerse kerken hebben daar al ruime ervaring mee opgedaan en zouden veel kunnen betekenen voor kerken in het westen die inmiddels de schuldcultuur zijn kwijt geraakt. Dat zou een vervulling kunnen worden van het verlangen dat uit de Open brief spreekt om ‘kerk op wereldniveau’ te willen zijn, en iets te gaan proeven van Efeze 3:18 om vooral ‘samen’ de omvang van Christus’ liefde te ervaren. Dat is anders dan het koesteren van het eigen historisch gelijk in de loop van de kerkgeschiedenis met de ogen dicht voor verdere ontwikkelingen (bv. in het zgn ‘vrijmakingsgeloof’, of in de ‘toeëigening van het heil’ retoriek), maar integendeel het willen meedenken op het niveau en in het kader van wereldwijde gereformeerde oecumene.

Het vraagt tegelijkertijd om de erkenning van een update van de kenmerken  van gereformeerd denken: de drie sola’s van genade, schrift en geloof, samengevat in het solus van Christus moeten worden aangevuld met het sola missio van de kerk in de wereld. De kerk is er niet voor zichzelf, maar eerst voor haar bruidegom Christus, en daarom vervolgens ook voor de wereld die door Christus vernieuwd zal worden tot het koninkijk van God. Dat tekent haar roeping – ze is er voor Christus, voor de kerk zelf, voor de wereld en uiteindelijk voor de luister van God.[1]

Malang / Kampen, 27-05-2017

[1] De slogan van het South-East Asian Bible Seminary, te Malang, Indonesia.

Advertisements
Standard

Diaconate is the horizon of hope

Coming Friday & Saturday, Oct. 30st & 31st the Korea Evangelical Theological Society will organize a conference on the topic of Evangelism & diaconate. They invited me to deliver a speech in plenary session about diaconate, and a workshop about Cultural Transformation, alias Metamorphosis. Although I’m not a specialist in deaconal affairs I managed to dig in some literature, aided by the Deaconal Helpdesk of the Ref Churches in the Netherlands (Liberated), at Zwolle. And, I could read again the speech of Abraham Kuyper of 1891, after 125 years still very usefull. I’m impressed by the scope of the topic as a means of grace, as Kees de Ruijter has suggested in his thesis.

OK, OK, I will not publish my complete lecture, having 24 pages. But maybe the basis thesises can represent the content.

1/ The ministry of mercy by the community of saints is the prefiguration of the paradise regained as the evidence of the radical restoration of the human condition & dignity with a view on the thanksgiving to God for the obedience accompanying confession of Christ’s gospel.

2/ God has been distributing the welfare, health & joy to mankind at an unequal basis in order that the Christian community will redistribute their divine gifts of life and condition to the world in need to evoke the praises of God.

3/ The basic need is man’s alienation from God (spiritual) causing alienation from self (psychological & cognitively) from others (social), and nature (physical). The gospel preacher is called to stimulate Christian giving and instruct the congregation to be generous in sharing the gifts of God’s grace to others.

4/ Orthodoxy without social concern is NOT orthodoxy. For you know the grace of our Lord Jesus Christ, that though he was rich, yet for your sakes he became poor, so that you through his poverty might become rich, 2 Cor. 8:9

5/ The deacons function as motivators, stimulators facilitators & presenters of the congregation’s ministry of God’s mercy to the world in need.

6/ As God intents to restore the whole humanity and whole world to become his Kingdom, so the range of the ministry of mercy also includes the restoration of the dignity of the needy worldwide and the care of creation in all aspects.

7/ To be really the ministry of God’s mercy any action of love, compassion & mercy should be performed in Jesus’ name, accompanied by intercessory prayer, and evoking faith & praises of God’s love.

8/ The marks of the true church as confessed in the Belgic Confession of Faith,

article 29, being

  • the pure preaching of the gospel,
  • the pure administration of the sacraments, and
  • the exercise of the church discipline

should be reformed by adding the topics of

  • faithful execution of world mission,
  • the compassionate ministry of mercy to the world in need, and
  • an ardent prayer for Christ’s return and the coming of God’s Kingdom

This study convinced me again and again that we, in the West, are multi-rich people, far beyond the level of simple lifestyle. And, that we are called to serve the world in need in many other parts of the world, including the refugees coming by thousands to our region. It is God’s mercy that he is giving us another change to repent from materialism since WW-II. Let us humble ourselves by this sign of God’s providence to other people like he has been caring for us in abundant ways. Maybe then, the Lord will have mercy with us… Kyrie eleison for the rich people.

Cheonan, October 26th, 2015

Standard

K4: Kuyper, Korea & de Kosin Kerken

Tijdens zijn feestelijke toespraak bij het sluiten van het voorjaar-semester van het Korean Theological Seminary tovert de rector plots een oud, beduimeld en van veel aantekeningen voorzien exemplaar van Kuypers Stonelezingen te voorschijn. Tijdens zijn studie in Nederland heeft hij het boek achter elkaar uitgelezen. Mijn neocalvinistische hart springt op van vreugde.

Echter, in plaats van te vertellen wat er zoal gezegd wordt over geschiedenis, religie, politiek, wetenschap en kunst en de positie van het calvinisme daarin, wordt de laatste pagina opgeslagen. Daar gebruikt Kuyper het beeld van de Aeolusharp die door de wind van de Geest bespeeld moet worden om de grootse toekomst van het calvinisme te garanderen. Kuyper verbindt daaraan de oproep om zowel krachtig te bidden om die Geest, maar tegelijk ook om die harp, het calvinisme, ‘zuiver gestemd en de snaren gespannen’, gereed te leggen in het ‘venster van Gods heilig Sion’.

Inderdaad, een prachtig en hartveroverende passage. Maar dan de toepassing. Welke les haalt onze zeer belezen rector uit deze woorden? Hij kiest resoluut voor het vurig bidden om de Geest. We moesten bidden om een revival voor Korea, zoals die meermalen heeft plaatsgevonden in Amerika.

Daarbij geeft hij aanwijzingen voor de studenten om vaker en langer te bidden, vroeg uit bed te komen en urenlang te bidden. Het Seminary biedt daartoe alle kansen door de aanwezigheid van kleine gebedskamers in het hoofdgebouw en met aparte gebedscabines, gebouwd tegen de berg achter de campus van het Seminary. Zij het op luchtige wijze, er klinkt verwijt in door richting de studenten die maar op bed blijven liggen tijdens de morgenopening van zes uur…

Maar de blik van de rector reikte verder. Hij betrekt de Gereformeerde Kerken in Nederland er bij, ongetwijfeld doelend op de vrijgemaakte kerken. Die bleven achter in de roeping om consequent en vooral langdurig te bidden om zo’n revival voor Nederland zelf. Daar ligt ook de oorzaak van kerkverlating in Nederland. Men heeft het gebed verwaarloosd! Laten dan tenminste de Koreaanse kerken Nederland weer leren Kuyper goed te lezen en ter harte te nemen. Terug naar het gebed…

Nog geen dag later lees ik in het Nederlands Dagblad hoe Richard Mouw Nederlandse christenen oproept om Bavinck weer te lezen, trots te zijn op zijn bijdrage aan het calvinisme, open te staan voor nieuwere uitdagingen in een steeds pluralere en gevarieerde samenleving en niet terug te deinzen voor de dialoog met de religies. Het valt op dat daarbij nauwelijks sprake is van aandacht voor gebed om de Geest die de Aeolusharp tot klinken moet brengen.

Vanwaar die tweespalt in de toepassing van het verleden voor vandaag? Zou dat dan toch het verschil tussen oost – mystieker, en west – activistischer, zijn? Hemelsbreed ligt Amerika zelfs dichter bij Korea dan Nederland. Bovendien zijn het de Amerikaanse presbyteriaanse zendelingen die het evangelie naar Korea brachten.

Waarom pakt Korea dan toch niet de actieve, progressieve lijn van het Westen, maar klampt het zich liever vast aan die meer spirituele, afwachtende benadering van de revivals?

Of, is het alleen de rector die een bepaalde verwording constateert bij de studenten die met hun computers en smartphones wel verbinding hebben met de globale werkelijkheid van de westerse vooruitgang, maar de relatie met hun eigen cultuur kwijt raken? Juist nu door de welvaart in Korea de vroegere turbulente groei van de kerken gestagneerd is en ook hier meer en meer mensen de kerk vaarwel zeggen prikkelt de vraag hoe theologische studenten moeten worden klaargestoomd voor hun taak in het Korea van morgen.

Misschien moeten we samen terug naar Augustinus die in zijn worsteling met het oosterse manicheïsme met zijn eindeloze, hopeloze strijd tussen te twee goden de uitweg gevonden heeft in de belijdenis van de actieve doorbraak aan het kruis van Christus tot een actief bestaan in het volle leven.

Ik neem me voor de rector een exemplaar van de dissertatie van Bart van Egmond Merciful Severity over de jonge Augustinus aan te bieden met het verzoek daarmee de opening van het najaar-semester van KTS te verluchtigen en de oecumenische verbondenheid van oosterse en westerse kerken vanuit het vroege verleden nieuwe impulsen te geven aan de kerkleiders van morgen.

Standard

Het verhaal ds. Yang-Won Son, Zuid-Korea

Gisteren film gezien van Koreaanse ds. Yang-Won Son, die zijn leven gaf voor de verzorging van mensen met lepra, een overtuigd christen. Dat leverde hem vijf jaar (1940-1945) gevangenis op omdat hij niet boog voor de Japanse eis Shinto (ook) te vereren. Hij hield het in de gevangenis uit vanuit de overtuiging dat dit lijden om Christus’ wil was en als gehoorzaamheid om geen andere goden naast God te hebben. In 1948 werden twee zonen van hem door een misdadiger vermoord. Deze man, Jae-Sun Ahn, werd vervolgens ter dood veroordeeld, maar… ds. Son zond zijn dochter, Dong-Hee Son, naar de rechtbank met het dringend verzoek de misdadiger vrij te laten omdat hij (Son) deze jongeman als zoon wilde adopteren!!! Zijn reden was: ‘heb uw vijanden lief als uzelf’, Hij zei als ik nu dit ene gebod (naaste liefhebben, zelfs vijand) niet zou gehoorzamen, dan zijn al die vijf jaar van gehoorzamen aan het eerste gebod voor niets geweest. De adoptie ging door en Son heeft als liefhebbende vader hem opgevoed in de weg van de Heer. In 1953, op de laatste dag voor het totstandkomen van staken van de strijd van de oorlog tussen Noord- en Zuid-Korea werd Son, die als ‘agitator’ (lees: overtuigd christen) door de Noord-Koreanen gevangen genomen was, door hen gefusilleerd, gewoon uit woede vanwege het moeten toegeven niet gewonnen te hebben.
De geadopteerde zoon is later getrouwd en een zoon gekregen, maar nooit verteld aan zijn zoon, Kyung-Sun Ahn, dat hij (de vader dus) zijn leven te danken had aan ds. Son. Wel gaf hij op zijn sterfbed de hint een bepaald boek te gaan lezen dat een dochter van ds. Son had geschreven over de hele geschiedenis. Bij het lezen van dat boek realiseerde de zoon dat zijn vader die moordenaar was geweest. Deze zoon is toen theologie gaan studeren en is nu predikant. Hij heeft van dit hele verhaal zelf een film gemaakt waarin hij zelf de verbindende teksten verzorgd, en met name mensen opzoekt en laat spreken over de hele geschiedenis. Hij gaat ook naar die dochter-auteur van in de tachtig (die het heel moeilijk heeft gehad met haar adoptiefbroer [‘hoe kan ik een moordenaar van mijn broer een broer noemen?’], maar heeft later haar houding herzien, en op de film vertelt ze bij de graven van de twee broers aan de dominee met dankbaarheid dat ze haar adoftiefbroer alles heeft vergeven. Ze omarmt en dat ze blij is dat zijn zoon haar heeft geholpen haar hele verhaal te vertellen. Het boek over Son (door zijn dochter dus) is in het Koreaans geschreven en (alleen nog maar) vertaald in het … Japans (sic!). Engelse of Nederlandse vertaling hangt nog in de lucht. Wie weet, ooit…

Standard

Difference

Wat zou nu het verschil zijn tussen Korea en Nederland? Afgelopen middag had ik een interview met tolk van de Christian Herald, een weekly van de Kosin Churches in Zuid-Korea. Bijna alle vragen begonnen met ‘what is the difference…’. Ja, je moet weten dat ik ‘al’ een maand in Korea ben. Dan wordt het toch wel eens tijd om gedegen uitspraken te doen over de verhouding tussen die beide landen… Nou nee dus. Bovendien leef ik niet in het turbulente centrum van Seoul maar op een campus in een uithoekje van Cheonan, waar alleen studenten, docenten en personeel van het Korean Theological Seminary rondlopen. Zijn de kerken in Nederland beter? De studenten misschien? De christelijke presentie dan? Het missionaire gehalte? ja toch zeker? Nee, nee, en nog es nee! Maar goed, je bent wel vriendelijk dus je legt in passende woorden uit dat er vooral veel overeenkomsten zijn. Te meer omdat we praten over christelijke aangelegenheden. Hoe gaat Korea om met de teruglopende christenheid? En Nederland dan? Korea wasd voorheen het toonbeeld van missionaire dynamiek? Tot bijna 25% van de bevolking was 20 jaar geleden christen. Nu is het terug gelopen tot zo’n 10%. In Nederland lijken de kerken in de tegenaanval te gaan. Missionaire projecten bij de vleet. Nieuwe vormen van christelijke gemeenschappen doemen op, emerging churches heet dat. Ook in Korea? Of zijn die dat stadium al voorbij? Is er nog een kans dat de christenheid een stempel op de politieke of sociale vormgeving van hun land kan zetten? Op Goede Vrijdag beleggen de (meeste) kerken geen diensten. Op Paaszondag worden geverfde eieren uitgedeeld, al is dat verven vervangen door stickers plakken op de (gekookte) eieren. Dat is het dan. Geen kuikentjes of gele grappen in de etalages, geen Passievoorstellingen of -muziek. Pasen gaat aan geseculariseerd Korea voorbij. Nee dan Nederland. Het geel grijpt je aan. De Paasoptochten en -spelen doen het hart van Nederlandse christenen sneller kloppen. We maken elkaar wijs dat de Passion van de EO cs. werkelijk indruk op Nederlanders maakt, alleen je ziet het niet. Ach, dan hebben we tenslotte ook nog de paasvuren. Steek de brand er maar in. Dan hebben we Pasen weer gehad. O…, nee dat hebben we in Korea niet. Jammer? Nee, niet echt, ehh, ik bedoel: echt niet. Difference? Not really.

Standard

Na de maaltijd

Het avondeten was weer uit de kunst. Lyda weet al gauw de weg te vinden in de supermarkt en fabriceert de heerlijkste spijzen. Ook al oefenen we min of meer regelmatig met ‘met stokjes eten’, het is toch wel prettig als je vork, lepel en mes in je binnenzak hebt gestopt. Op een bepaald moment willen de stokjes niet meer. Dan zit jij honger te lijden, terwijl disgenoten heerlijk en onbekommerd hun gang gaan. Een andere oefening is dat je op de grond zit aan lage tafeltjes. Die zijn niet gebouwd op Europese maten. Dus wordt de afstand tussen tafel en mezelf groter dan die voor de Koreaanse vrienden. Het betekent dat ik mijn eten (met stokjes uiteraard) ook nog eens over een langere afstand moet vervoeren, met daartussen schrikbarend schone vloer. De angst slaat je om het hart als je bedenkt dat jij straks zit te knoeien op de vloer. En bovendien nog geen hap binnen hebt gekregen. Echter, vrees niet: thuis hebben we van alles te eten. We vallen heus niet om van de honger. Bovendien trekken we ons er niets van aan dat alles uitermate pedis is. Wat zou daar nu weer achter zitten?

Standard